Samenvatting van de enquête
Voor het boek ‘Een muur van rubber: de WOB in de journalistieke praktijk’ heeft de VVOJ een enquête uitgezet. Hieronder een samenvatting van de resultaten.

Algemeen

De  enquête is onder 528 VVOJ-leden gehouden. Er was een response van 162 leden (31%).

Profiel

Van de respondenten is bijna 35% werkzaam als redacteur (hoofd/eind/bureau/chef), bijna 55% als journalist/verslaggever/onderzoeker-publicist, 5% is werkzaam als docent en 7% is werkzaam in een aanpalende functie of gepensioneerd.  60% werkt (voornamelijk) in loondienst en 40% (voornamelijk) als freelancer.  Tweederde is man en eenderde is vrouw.  De helft is jonger dan 45 jaar en de andere helft is boven de 45 jaar. Maar liefst 36% van de respondenten valt in de leeftijdscategorie van 45 tot 55 jaar.

Ruim tweederde van respondenten is meer dan tien jaar werkzaam als journalist of redacteur. Slechts 15% typeert zich primair als onderzoeksjournalist, ruim de helft primair als algemeen journalist en ruim 15% als beide. De overige 16% is in een aanpalende functie werkzaam.  Circa 55% is werkzaam voor een papier medium (27% dagblad, 13% vakblad, 10% week/opinieblad en 6% overige bladen), een kleine 20% voor radio/TV, 10% voor een webmedium en ruim 15% in een andersoortige functie. Circa de helft van de VVOJ-leden is tevens lid van de NVJ.

WOB-ervaring

Van de 162 respondenten, hebben er 59 in de afgelopen vijf jaar één of meer keer een beroep gedaan op de WOB: dit komt neer op ruim 35%. Van de VVOJ-leden die als praktiserend journalist/redacteur werkzaam zijn, heeft circa 45% de afgelopen vijf jaar een beroep gedaan op de WOB.59 Wobbende journalisten waren de afgelopen vijf jaar tezamen goed voor circa 370 WOB-verzoeken. Circa 45% van de journalisten verricht zijn WOB-verzoek zelf. De overigen doen hiervoor intern of extern beroep op een deskundige.

Wob-praktijk

Verreweg het meest wordt er gewobd bij ministeries: van de Wob-verzoeken van journalisten wordt ongeveer drievijfde ingediend bij Ministeries en eenvijfde bij Gemeenten. Bij de Provinciale overheid wordt opvallend weinig geWOBd. Ook bij Zelfstandige BestuursOrganen wordt nauwelijks geWOBd.  De doorlooptijd van WOB-verzoeken is doorgaans lang: bij bijna 55% bedraagt de doorlooptijd meer dan twee maanden. Bij een kwart bedraagt de doorlooptijd zelfs meer dan een half jaar. Van de respondenten heeft 60% aangegeven bij de behandeling van het WOB-verzoek een tegenwerking te ervaren variërend van lijdelijk verzet, dwarsbomen tot  obstructie. Van de respondenten met WOB-ervaring heeft circa 30% ooit een verzoek aan een rechter voorgelegd.

Wob-resultaten

Circa 90% van de respondenten geeft aan dat zij geWOBde gegevens inderdaad uitsluitend door WOBben kon bemachtigen. Eenderde van de respondenten geeft aan de opgevraagde informatie te hebben ontvangen (vaak met voorbehouden), eenderde geeft aan slechts fragmenten te hebben ontvangen, een kleine 30% kan het niet goed beoordelen en 5% heeft de gevraagde informatie in het geheel niet ontvangen.

Bij de helft van de respondenten heeft het recentste WOB-verzoek reeds in  publicatie(s) geresulteerd. Van deze respondenten geeft circa 80% aan dat het WOB-verzoek tot nieuwe informatie heef geleid.

Van de respondenten typeren de recentste publicatie met behulp van geWOBde informatie van informatief-onderbouwend, spraakmakend, politiek relevant tot brisant/explosief.Van de respondenten van het recentste onderzoek met behulp van de WOB tot een publicatie heeft geleid, is ruim 60% zonder meer van plan ook in de toekomst te WOB-verzoeken in te dienen.

Mening over de WOB

Ruim 70% is het helemaal oneens (51%) of enigszins oneens (22%) met de stelling dat men WOB-verzoeken snel genoeg behandelt.
Circa 55% is het helemaal oneens (27%) of enigszins oneens (30%) met de stelling dat het gemakkelijk is om een WOB-procedure te doorlopen.

Ruim 60% is het helemaal eens (30%) of enigszins eens (32%) met de stelling dat het beeld van de WOB positievers is dan de realiteit.
En 60% is het helemaal eens (27%) of enigszins eens (23%) met de stelling dat men het beschermen van privacy als oneigenlijk argument opvoert om publicatie van onwenselijke feiten te blokkeren.