Als je het niet eens bent met de beslissing op je Wob-verzoek kun je in bezwaar gaan. Je dient een bezwaarschrift in en vermeldt de gronden, waarop je bezwaar maakt. Je kunt daarna naar de hoorzitting van een bezwarencommissie.  Altijd doen?


Wanneer je een bezwaarschrift hebt ingediend kan het zijn dat je een telefoontje krijgt. Dan huldigt de bezwarencommissie het PCMO-principe. Dat staat voor Prettig Contact met de Overheid, een project van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat streeft naar een informele aanpak in gevallen dat overheid en burger het met elkaar oneens zijn. Oplossingsgericht in plaats van proceduregericht, zo licht de PCMO-website toe, waar de P voluit soms ook voor ‘Passend’ staat. Informeel is kennelijk niet per se prettig. Bedoeling is dat overheid en burger het op informele wijze eens worden over een oplossing voor het ingediende bezwaar en dat de indiener zijn bezwaarschrift intrekt.

Wob-bezwaren lijken zich niet goed te lenen voor een informele aanpak. Je hebt heel formeel een afwijzing ontvangen, voorzien van allerlei wetsartikelen waaraan het bestuursorgaan gronden ontleent om je niet te geven wat je hebt gevraagd. Dan is het een beetje raar om informeel in gesprek te gaan en nog raarder als dat tot gevolg zou hebben dat het bestuursorgaan alsnog het gevraagde bezorgt.

Je wilt dus een formele uitspraak over je bezwaarschrift. Dat dien je in bij het bestuursorgaan dat op je Wob-verzoek heeft beslist. Dan is er een mogelijkheid om je bezwaar toe te lichten in een hoorzitting van een bezwarencommissie. Daar verschijnt ook het bestuursorgaan dat zijn weigering kan toelichten. De commissie maakt vervolgens een advies voor het bestuursorgaan. En dat neemt een ‘beslissing op bezwaar’, (al dan niet) rekening houdend met het advies van de bezwarencommissie.

Het bestuursorgaan kan het advies dus ook naast zich neerleggen. Dan ben je drie maanden verder en niks opgeschoten. Er is nog een aanleiding om je af te vragen of een hoorzitting zin heeft. Bij grote bestuursorganen, zoals ministeries, bestaat de commissie uit externe deskundigen, maar bij kleinere organisaties zitten er vaak ambtenaren uit diezelfde instantie in. Dan krijgt het iets van een zijn eigen vlees keurende slager. En is het wellicht effectiever je energie te richten op de volgende fase: het beroep bij de onafhankelijke rechter.

Je doet er dus goed aan vooraf de samenstelling van de bezwarencommissie na te gaan. Wanneer je vertrouwen hebt in een onafhankelijke aanpak schrijf je in je bezwaarschrift dat je verzoekt om zo spoedig mogelijk te worden gehoord door een ‘adviescommissie ex artikel 7:13 Awb’. Dat is het artikel in de Algemene wet bestuursrecht dat de bezwarencommissie regelt.

Overigens kun je in sommige gevallen de bezwarencommissie overslaan en rechtstreeks in beroep gaan bij de rechter. Daar moet het bestuursorgaan het dan mee eens zijn. Dat kan bijvoorbeeld als je verzoek wordt afgehandeld in enkele deelbesluiten. Bij het tweede en volgende deelbesluit laat je het bestuursorgaan weten dat je bezwaren vergelijkbaar zijn met die tegen het eerste en dat het dus aan beide kanten tijd en energie scheelt als het bestuursorgaan akkoord gaat met rechtstreeks beroep.