Twee keer vier weken. Zo lang mag een bestuursorgaan maximaal doen over een Wob-besluit. Het komt echter geregeld voor dat je langer dan de wettelijke termijn op een besluit en bijbehorende documenten moet wachten. Moet je machteloos toezien?


 

“Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk”, schrijft de Wet openbaarheid van bestuur voor in artikel 6. Het moet binnen vier weken. Niet vier weken nadat jij het verzoek hebt gestuurd, maar vier weken na de dag, waarop het bestuursorgaan dat heeft ontvangen. Als dat niet lukt, mag het de beslissing nog eens vier weken verdagen, maar moet dat wel voor het einde van de eerste termijn schriftelijk en gemotiveerd melden.

Verdagen mag volgens de wet ‘ten hoogste vier weken’, maar gebeurt in de regel met de maximale termijn. ‘Zo spoedig mogelijk’, daaraan laat een bestuursorgaan zich zelden iets gelegen liggen. De gemeente Utrecht schreef in de ontvangstbevestiging: “In de praktijk is gebleken dat de periode van vier weken te kort is, omdat onderzoek van meerdere archieven nodig is. Daarom maken wij gebruik van de in de Wob (artikelen 6 lid 2 juncto lid 6) opgenomen mogelijkheid om deze termijn met vier weken te verdagen.” Dat was een standaardreactie, in dit geval op een verzoek om één document, dat nauwkeurig omschreven was.

Je hoeft niet lijdzaam af te wachten. Vraag in je verzoek om een ontvangstbevestiging per e-mail of traditionele post en als je die na twee weken nog niet hebt ontvangen: informeer of je verzoek is aangekomen en vraag er nogmaals om. Daarmee laat je tevens zien dat het je ernst is.

Ook aan 56 dagen heeft menig bestuursorgaan niet genoeg. Het is niet verkeerd om halverwege de tweede termijn te informeren hoe het ermee staat. Vroeger kon je een bestuursorgaan met een dwangsom stimuleren bij overschrijding van de termijn nog een beetje op te schieten. Hoe langer het duurde, hoe meer geld het moest uitkeren, tot een maximum van 1260 euro. Maar dat heeft de wetgever in oktober 2016 afgeschaft wegens vermeend misbruik. Velen zouden met een vaag Wob-verzoek niet uit zijn op informatie, maar op een dwangsom.

Serieuze verzoekers denken sindsdien soms dat ze niks kunnen doen tegen het uitblijven van een besluit. Maar dat is niet waar. Er is een route naar een besluit binnen vier tot zes weken na de besluittermijn. Eerst geef je het bestuursorgaan gelegenheid op korte termijn alsnog een beslissing te nemen. Dat doe je met een ingebrekestelling. Dat is brief waarin je aangeeft dat het bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijn heeft gereageerd en dring je erop aan binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling alsnog met een besluit te komen.

Laat men ook deze termijn passeren, dan ga je direct naar de rechter. Dat moet via het indienen van een beroepschrift. Zo’n procedure heet ‘beroep bij niet tijdig beslissen’. Je geeft aan wanneer je je Wob-verzoek hebt ingediend, wanneer de besluittermijnen (ook die van de ingebrekestelling) zijn verstreken en dat je nog altijd geen besluit hebt ontvangen. Je vraagt de rechter een termijn van twee weken na diens uitspraak op te leggen aan het overheidsorgaan, op straffe van een dwangsom. De hoogte van de dwangsom laat je aan de rechter. Die legt meestal 100 tot 250 euro p voor elke dag dat het bestuursorgaan de besluittermijn overschrijdt.

Meestal duurt het zo’n vier weken voor de rechter uitspraak doet. Vaak is er geen zitting nodig. Deze stok achter de deur is daarom een effectief middel om een bestuursorgaan te manen alsnog werk te maken van je Wob-verzoek.

Een waarschuwing is wel op zijn plaats. De rechtbank verlangt vooraf betaling van griffierecht. Dat kun je echter door het bestuursorgaan vergoed krijgen als de rechter je beroep geheel of gedeeltelijk gegrond verklaart. Maar als het bestuursorgaan een beslissing neemt voordat de rechter uitspraak heeft gedaan ben je dat geld kwijt. Dat kun je voorkomen door in je beroepschrift een zin met de volgende strekking op te nemen: Ik verzoek de rechtbank om een eventueel besluit door het bestuursorgaan voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan te beschouwen als een besluit naar aanleiding van dit beroep en het bestuursorgaan derhalve te veroordelen tot het vergoeden van het betaalde griffierecht.

Indienen van een beroepschrift kan per brief en ook digitaal. Voor die laatste optie is inloggen met DigiD noodzakelijk.  Je vindt hier een formulier.