Minister Hugo de Jonge van VWS moet vóór 1 december een besluit nemen over drie Wob-verzoeken van Nieuwsuur. Als hij dat niet doet moet het departement een dwangsom van 100 euro per dag betalen, met een maximum van 15.000 euro. Dat heeft de Raad van State bepaald.

Nieuwsuur deed in de zomer van 2020 drie Wob-verzoeken met betrekking tot het coronabeleid van het kabinet. Deze verzoeken werden door het ministerie meegenomen in een gezamenlijk afhandeling voor álle Wobverzoeken die met corona te maken hadden.Nieuwsuur nam hier geen genoegen mee en stapte naar de rechter die de redactie grotendeels gelijk gaf. Minister De Jonge ging vervolgens in beroep bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in ons land.

Public watchdog

De Raad van State heeft begrip voor het feit dat het uitbreken van de coronapandemie ervoor heeft gezorgd dat medewerkers van VWS, zeker in het begin, minder of geen tijd hadden voor het afhandelen van Wob-verzoeken, maar neemt hem kwalijk dat hij pas afgelopen zomer de ernst is gaan inzien van de gebrekkige voortgang van de behandeling van het grote aantal Wob-verzoeken. “De media moeten hun taak als ‘public watchdog’ goed kunnen vervullen. Daarom is het belangrijk dat de minister nu zo spoedig mogelijk beslist op alle Wob-verzoeken, ook op die van NOS en NTR”, aldus de Raad van State.

Gemengde gevoelens

In een reactie zegt Nieuwsuur-hoofdredacteur Joost Oranje dat hij “gemenege gevoelends”heeft bij de uitspraak.  “Het is goed te zien dat onze gang naar de rechter kennelijk effect heeft gehad. Want alleen daardoor heeft de minister noodgedwongen de werkwijze aangepast en krijgt hij nu termijnen en een dwangsom opgelegd. Maar het is teleurstellend dat de Raad van State de principiële vraag over de werkwijze van de minister uit de weg gaat. Dat is waar het écht om gaat: mag een bewindsman zelf besluiten welke informatie hij op welk moment openbaart? Dit gaat over openbaarheid in crisistijd en om rechtsstatelijkheid. En daar had juist de hoogste bestuursrechter wat mij betreft veel duidelijker in moeten zijn.”